Eerste Test Triumph Street Triple S, R en RS: BRITISH STEEL

door motornieuws 2 maart 2017

Een game changer. Zo mag je gerust de Triumph Street Triple bestempelen. Een beetje zoals die andere Britten van Judas Priest met hun album British Steel dat deden in 1980, veranderde het Britse staal van Triumph in 2007 ook de wereld. Die van de middenklasse nakeds dan. Triumph wil dat na een decennium nog eens overdoen met een nieuwe Speed Triple familie.

Zijn dat er nu 5?

Strikt genomen zijn er vijf nieuwe modellen, te beginnen met de Street Triple S, R en RS met nieuw 765cc triple motorblok, de Street Triple R LRH (765) met 30mm lagere zit en aangepaste vering én de Street Triple S A2 voor het A2 rijbewijs met 95 pk 660cc driecilinder. In tien jaar tijd zijn er maar liefst 50.000 Street Triples van de band gerold, waarmee ‘ie het meest succesvolle model is dat de Britten in het Hinckley tijdperk op de markt hebben gezet.

Terug naar de basis

De eerste Street Triple was een ongekend heerlijke hooliganbike die met speels gemak tot een wheelie te verleiden was en waarmee met eenzelfde gemak een snelweg mee kon worden afgeragd. Tot ruim vijf jaar later z’n opvolger werd gepresenteerd. De nieuwe Street Triple R was strikt genomen op alle fronten beter dan het eerste model, maar die verbeteringen waren wel ten koste van z’n ondeugende karakter gegaan.

En dus is Triumph voor 2017 weer terug naar de basis gegaan, met dat verschil dat de Street Triple nu uit drie verschillende modellen bestaat (als we de R LRH en S A2 versies even laten voor wat ze zijn). Nu was dat afgelopen jaren met de Street Triple, de Street Triple R en Street Triple XR strikt genomen ook al het geval, maar de verschillen tussen de drie waren eigenlijk best wel klein. Hoe compleet anders is het verhaal nu. Om te beginnen bij het blok, dat in S, R en RS trim een ander vermogen heeft, evenals andere elektronica en rijmodi. Daarnaast is heeft de S een iets conservatievere geometrie en lagere zit en hebben de R en RS een fraai TFT kleurenscherm waar je het bij de Street Triple S met het oude display met analoge toerenteller en LCD schermpje zult moeten doen. Maar de verschillen gaan nog veel verder dan alleen dit.

Voor een meer technisch overzicht van de motorfiets verwijzen we u graag naar het eerder gepubliceerde artikel ten tijde van de lancering van Street Triple.

U leest het HIER

Familiefoto

166 kg droog aan de haak

Waar ik stiekem had gehoopt met de Street Triple S op straat en de Street Triple RS op het circuit van Catalunya te kunnen rijden, om aan den lijve het verschil tussen het instap en topmodel te ervaren, heeft Triumph in de ochtend voor het straatdeel een armada een RS’en voor het hotel opgesteld. Om de simpele reden dat de productie van de RS als eerste stond ingepland en de productie van de S en R dus nog moeten worden opgestart.

Hoewel het TFT scherm overzichtelijk is en maar liefst 6 verschillende stijlen heeft waaruit kan worden gekozen, is het minder overzichtelijk dan de TFT schermen zoals door Ducati en Yamaha toegepast, maar dat is natuurlijk ook een kwestie van smaak. Het zadel is met een zithoogte van 825mm een tikkie hoger dan de oude Street Triple R, waardoor je meer op dan 'in' de motor zit. De voetsteunen zijn sportief hoog geplaatst, maar zonder dat het oncomfortabel is en het fraaie brede stuur ligt lekker in de hand. Volgens Triumph is nieuwe de Street Triple de lichtste in z’n klasse (166 kg droog).

Je zit meer 'op' dan 'in' de motor.

Banden

Vanaf de eerste meters valt op hoe ontzettend mooi het blok loopt en over de hele linie sterk is. De koppeling voelt heerlijk licht dankzij de slipper assist en de quickshifter heeft opschakelen tot kinderspel gemaakt, hoewel het wel jammer is wel dat de quickshifter geen autoblipper functie voor het terugschakelen heeft. In dat opzicht dus alleen maar lof, maar de bocht inleggen gaat alles behalve licht. Nu zijn de condities ies ook alles behalve perfect voor de Pirelli Diablo Supercorsa banden: het is buiten nog fris en het wegdek is nog kletsnat van de vele regen overnacht, wat ideale omstandigheden zijn voor Supercorsa’s om niet in hun werkgebied te komen. Tijdens de fotoshoot wijst een snelle check bovendien uit dat de bandenspanning veel te laag staat (we meten 2,2 bar voor en 2,7 bar achter met halfwarme banden), wat tevens het zware sturen verklaard.

Strakke lijnen en verfijnd afgewerkt. Dit is Triumph.

Here comes the sun

Hetgeen na de koffiestop maar weer eens blijkt. Het wolkendek heeft plaatsgemaakt voor een heerlijke zon waardoor de temperatuur een stuk aangenamer is en door de stevige wind het asfalt grotendeels is opgedroogd, waardoor het tempo nu behoorlijk rapper is en de Street Triple RS zich van z’n beste kant laten zien. Hoe harder de RS op z’n staart wordt getrapt, hoe beter hij zich in z’n element lijkt te gaan voelen. Dit is niet een Naked waar een sportief sausje overheen is gegooid, dit is een Supersport die van kuip en clipons is ontdaan en een breed stuur op is gemonteerd. De vering, die voor de koffiestop zelfs een beetje stug aanvoelde, is nu ook veel beter op z’n taken berust. Oneffenheden worden mooi geabsorbeerd, persoonlijk zou ik iets meer uitgaande demping achter hebben geprefereerd, maar met de beweging in de achterkant is ook nu nog steeds erg goed te leven. Zelfs op de behoorlijk snelle bochtige stukken, waar met tempo 200 op de klok half op een oor de borden 80 km/u worden gepasseerd, geeft het rijwielgedeelte geen krimp.

Het verschil tussen de verschillende rijmodi is duidelijk voelbaar. De stap tussen Rain en Road voelt veel kleiner als de stap tussen Road en Sport, terwijl in Track het nog iets extremer gaat. In alle rijmodi levert de 765cc Triple trouwens z’n maximale vermogen van 123 pk, het is de manier hoe je daar komt dat het verschil tussen de verschillende modi maakt. In heldere taal: in de regenmodus wordt de gasklep wat voorzichtiger en in de trackmodus wat progressiever geopend. En dat verschil merk je, zeker de stap van Road naar Sport is zoals gezegd best wel groot, van nog redelijk braaf naar best wel agressief, hoewel het hooligan karakter van de allereerste Triple ook bij deze RS ontbreekt. Niet dat je geen wheelies kunt trekken, maar je zult er net als bij de tweede generatie wat beter je best voor moeten doen.

Hoogwaardig TFT display

Het circuit op

Triumph heeft de mate van tractiecontrole op de verschillende rijmodi aangepast, maar kon ons niet vertellen hoeveel procent verschil er tussen de verschillende modi in zit. Tijdens het rijden heb ik zelfs in de Rain modus de tractiecontrole niet als een beperking gevoeld. Het omgekeerde was eerder het geval, in de stromende regen aan het eind van de dag terug naar het hotel had ik op glad wegdek behoorlijk wielspin en duurde het voor m’n gevoel best wel lang voordat de tractie controle ingreep. Voor m’n gemoedsrust heb ik ’t ook maar niet in een haarspeldbocht uitgeprobeerd. En nu we toch bezig zijn: Triumph heeft weliswaar flink wat registers opengetrokken op het gebied van elektronica, maar heeft echter geen IMU (Inertia Measurement Unit) toegepast, en dus heeft de RS geen bochten-ABS en hellingshoek afhankelijke tractiecontrole. Een gemiste kans, zeker als je claimt dat de motor met de meest geavanceerde elektronica is uitgerust.

Op het circuit switch ik voor het eerst naar de Track modus, die alleen stilstaand kan worden geselecteerd en wegvalt zodra de motor van contact wordt gezet, maar van echt testen komt het helaas niet. Bij aankomst zag de lucht er al bedenkelijk uit, maar ondanks dat Triumph op het laatste moment het schema omgooide teneinde om ons zoveel mogelijk tijd op de baan te geven zijn we na de eerste sessie al klaar als de regen met bakken uit de hemel valt. Een eerste sessie waar de focus meer op het leren kennen van de baan dan op de motor ligt. Desondanks heeft de Street Triple RS me wél laten zien dat het ontwikkelingsteam hier de focus op heeft gehad: het rijwielgedeelte geeft écht geen krimp, de vering voelt superstrak en M50 Monoblocs maken van remmen kinderspel.

Track mode op circuit. De RS geeft geen krimp

En, Pierre...?

Tien jaar na de lancering van de eerste Street Triple heeft Triumph de sportieve middenklasse naked stevig onderhanden genomen. Net als het 2013 model is ook deze 2017 Street Triple geen hooliganbike meer, maar is wel op alle fronten beter dan z’n voorganger. Het nieuwe 765cc motorblok is beduidend sterker dan de oude 675 Triple – vanaf 5.000 levert het nieuwe blok van de S al meer koppel dan het oude op top, laat staan de nog sterkere R en RS - en heeft een ontzettend brede powerband, maar mist daardoor wel een sensationeel eindschot.
Het geclaimde lichtvoetige sturen kwam niet uit de verf, maar dat bleek een combinatie van Supercorsa, koud en nat asfalt en lage bandenspanning te zijn. Wat dat aangaat is het jammer dat Triumph met de bandenkeuze voor imago is gegaan: een minder sportieve band als een Bridgestone S21 is voor op straat een betere keuze vanwege het lichtvoetige stuurkarakter en de grip bij koud en nat, en weet bovendien op een circuit ook nog eens goed zijn mannetje te staan. Just sayin'... En laat dat trouwens de enige negatieve noot zijn bij de nieuwe Brit. Hij mag bestempeld worden als een meer dan waardige opvolger van zijn roemruchte voorgangers. Meer zelfs, hij zet de traditie van uitmuntendheid verder.

Tekst: Ed Smits, Thierry Sarasyn
Foto's: Alessio Barbanti en Matteo Cavadini voor Triumph

Technische gegevens en prijs

Motor: 765cc, 4 kl./cil., vloeistofgekoelde 3-in-lijn
Max. vermogen: 123 pk/11.700 opm
Max. koppel: 77 Nm/10.800 opm
Transmissie: zesbak, ketting
Frame: Aluminium twin spar frame
Voorvering: 41 mm Showa BPF USD, volledig instelbaar, veerweg 115 mm
Achtervering: Öhlins STX40 monoshock, volledig instelbaar, veerweg 131 mm
Voorrem: 310 mm schijven met radiale vierzuigerremklauwen
Achterrem: 220 mm schijf met enkelzuigerremklauw
Banden voor/achter: 120/70-17 / 180/55-17
Drooggewicht: 166 kg
Zithoogte: 825 mm
Tankinhoud: 17,4 l.
Prijs België (euro): 9380 (S); 10580 (R) en 11880 (RS)
Prijs Nederland (euro): 10500 (S); 11.900 (R); 13.400 (RS)

Reageren

Registreer of log in om te reageren...