Van Portugese hitte naar Vlaamse kou: 3000 km met de Kawasaki H2SX

door motornieuws 9 april 2018

Met de eerste warme dagen achter de rug zou een mens vermoeden dat de zomer aangekomen is. Geloof het maar niet. Er komen nog koude dagen. En net nu we voor die voortdurende wissel staan van warm en koud motorweer, komt Onze Man met zijn verhaal van de trip met de Kawasaki H2SX. Van Portugal naar de Lage Landen. Tussen grote hitte en barre vrieskou.

Goed begonnen is...

Voor de zoveelste keer check ik of de koffers vol zitten, bevestig ik waar mijn portemonnee en sleutels zijn, paspoort, zonnebril en telefoon. Let’s go. Of het nou een voordeel is of niet weet ik niet, maar ik duik al snel vol optimisme het Lissabonse verkeer in. Natuurlijk, spits. Die bliksemstart zal nog even uitblijven dus. Maar eenmaal de stad doorgeworsteld en de Vasco da Gamabrug bereikt kan het gas wat verder open. Nog niet supersonisch wegens het overige verkeer, maar toch ook niet meer wat ik op de Ring van Antwerpen zou doen… lekker tempo zo. Dat zet zich nog even door als ik van de snelweg afdraai en de binnenlanden opzoek.

Hee, deze weg ken ik, hier was ik een klein jaar geleden ook. Oersaai, super recht maar ook kilometers lang niemandsland. Dat schiet tenminste op. Het mooie van het landschap hier is dat het eigenlijk over de brug direct leeg is. Een bizarre transformatie, maar nu best wel welkom. Ik kan lekker tempo maken en toch rij ik min of meer binnendoor. Wat opvalt is dat als ik dan eens een dorpje tegenkom, het absoluut uitgestorven is. Ik kom wel vaker in de binnenlanden van het Iberische schiereiland en het is meestal zo, maar om de een of andere reden vind ik het nu nog gekker.

Alvast wat supercharged gassen bij het begin in Portugal

Niet veel later kan ik voor de eerste keer tanken. Ben benieuwd hoeveel het ding verbruikt, al kan ik daar aan het eind van de rit nog veel meer over zeggen. Ik ben nog maar nauwelijks begonnen en moet nu alweer stoppen, zo voelt het meer. Maar wel bij een echt authentiek pompstationnetje, waar de enige resterende ruimte in het kantoor tussen alle bende de stoel van de beheerder is en de ruimte voor de deur om open te zwaaien.

Als je je reistijd wilt verkorten, moet je eens opletten hoeveel tijdwinst je maakt als er niet gerookt wordt.


Wat is dit heerlijk, mijn eigen tempo, geen verantwoording afleggen, geen overleg over waar, wanneer en hoe lang gestopt wordt, geen gedoe met rokers die zo nodig weer 'effe' een peuk moeten opsteken- als je je reistijd wilt verkorten, moet je eens opletten hoeveel tijdwinst je maakt als er niet gerookt wordt.

Alleen op de wereld. Heerlijk.

Slingers!

En warempel, nog geen honderd meter na de tankstop verandert het landschap drastisch en begint de weg te slingeren. Te gek! Dit is waarom ik binnendoor wou. De motor laat zich daarbij van z’n beste kant zien. Dit is wel waar 'ie voor gemaakt is, lange doordraaiers en vloeiende, overzichtelijke bochten. Enkel,...met een iets hogere gemiddelde snelheid.

Verrassend fijn sturen met de H2SX raket.

Rijden als een koning

Overigens heb ik al snel een nadeel ontdekt van de sportsetting van het display: de rangemeter is voorbehouden aan de touring setting. Vanaf dat moment verander ik het dus niet meer tot ik thuis ben, gezien de spreiding van benzinestations hier, in Spanje en langs de Franse Autoroute is een rangemeter zinvoller dan een remdrukindicatie. Maar ik laat het display ook mooi in zwarte, nachtmodus staan, dat komt rustgevender over.
Wat nog het meest opvalt, nu al, is de waanzinnige windbescherming.

Ongeacht welke snelheid je rijdt, je zit altijd als een koning. Dat komt goed uit, want het blok sleurt er ook goed aan. Zelfs als je niet oplet en denkt rustig te toeren, pak je snelheden van 140, 150 en als je maar even gas geeft gaat het nog vele malen harder. Ik zet de motor maar eens in standje L van laag vermogen, volgens de technische informatie is dat ongeveer de helft van het totaal, dus een luttele honderd pk. Het enige waar je dat aan merkt is een soepeler gasrespons en het uitblijven van wheelies, verder is het nog steeds heerlijk rijden.

Zelfs als je niet oplet en denkt rustig te toeren, pak je snelheden van 140, 150 en als je maar even gas geeft gaat het nog vele malen harder.


Ik laat de motor gedurende een hele tankinhoud in deze stand staan, omdat het kan en omdat ik wil weten of het nog positief effect kan hebben op het verbruik. En als ik dan toch een klein stukje snelweg kruis, kan ik meteen even zien hoe ver 100 pk je nog weet te trekken. Dat blijkt een niet onverdienstelijke 230 op de teller te zijn, waarbij het meest opvallende is dat ik dat ook gewoon langdurig kan vasthouden. Ik zit prima, de motor ligt als een trein en kan met gemak harder, opnieuw steelt die hoge ruit de show.

Koffie en suiker: het dieet van de motorreiziger.

Verschillende landen verzameld

Na een volgende tankronde is het tijd voor standje M, waarna het gedaan is en we weer gewoon met vol vermogen door rijden. Net op tijd, want de landsgrens kruisen we over de snelweg. Die eerste keer dat ‘Espana’ op de borden staat is toch wel een dingetje, landsgrenzen blijven een soort van mijlpaal. Er zijn er dan ook maar vier tussen Lissabon en thuis, dus het zijn zeker momenten die je even bij blijven.


Schotland. Dan weer ben ik in de Eifel, dan weer de Ardennen, dan weer de binnenlanden van Frankrijk.


De binnenlanden van Spanje zijn voornamelijk een voortzetting van Portugal – of is dat omgekeerd? Ik rij, kijk om me heen en geniet. Het ene vergezicht na het andere vliegen voorbij en ik waan me in verschillende landen. Als ik een pittoresk stenen bruggetje passeer, herinnert dat me zelfs aan een vergelijkbare situatie in Schotland. Dan weer ben ik in de Eifel, dan weer de Ardennen, dan weer de binnenlanden van Frankrijk.

Here comes the cold, little darling.

Sneeuwgrens

In de verte doemt een bergkam op. Maar het klopt niet, de route geeft iets totaal anders aan dan wat ik zie. Dit kunnen niet de Pyreneeën zijn, daar kan ik nog lang niet in de buurt zijn. Maar toch liggen ze daar, onvermijdelijk. En ik moét er dus overheen, dat kan ook niet anders. Nog dichterbij begint de muur steeds meer op de Northern Wall te lijken trouwens; onmogelijk breed, enorm hoog en verrassing: vanaf ongeveer halverwege voorzien van een duidelijke horizontale streep. De sneeuwgrens.

Met een niet te missen waarschuwing in het display weet de Kawa overigens duidelijk te maken dat het nu echt koud wordt.


Ik had me al voorgenomen mijn zomerhandschoenen niet uit te trekken totdat ik de eerste nul graden in het display zou zien en ik vraag me af hoe ver ik nog kom voordat het zo ver is. Daar hoef ik niet lang meer op te wachten. Met een niet te missen waarschuwing in het display weet de Kawa overigens duidelijk te maken dat het nu echt koud wordt en als ik de eerste sneeuw in de berm zie is het tijd om te stoppen. Zonnebril weg, dikke handschoenen aan en door. Daar komt ie.

Goed dat het op het display komt, anders wisten we het niet.

Stofsneeuw

Even later wordt het bovendien stikdonker. Het soort duisternis dat we hier niet eens kennen, letterlijk inktzwart. De koplamp verlicht wat ‘ie kan, maar meer zie ik niet. Dit is donker, dit is pas alleen op de wereld. Als ik hier iets zou mankeren, kan het lang duren voordat iemand me aantreft. Die gedachte speelt heel even door mijn hoofd, maar wuif ik snel ook weer weg. Dit is het avontuur. Bovendien heb ik nog een andere, veel aardsere irritatie: het lampje van de handvatverwarming. Dat is zo fel en zodanig gericht dat het half een gat in mijn netvlies brandt. Tegelijkertijd kan ik er wel om glimlachen, dat is nou typisch zoiets waar je niet achter komt als je niet zoals nu in het aardedonker en de vrieskou gaat motorrijden. Ik kan me voorstellen dat geen enkele Japanner hierbij stilgestaan heeft. Maar toch, het stoort. Totdat de weg begint te slingeren. Blijkbaar moet ik toch met wat bochten een berg af. Nog steeds geen probleem, totdat ik ook stofsneeuw tegenkom. Dat is wel jammer, maar het is droog en koud, wat betekent dat het niet noodzakelijk erg glad is.

De Bridgestone S21 mag je dus letterlijk een band voor alle weer noemen.

Ik heb reservado

Als ik arriveer op het aangegeven adres is het heel donker. Ik sta aan de poort van een oud stadje, Santo Domingo de Silos –dat is dus de reden dat hier überhaupt hotels zijn- maar zie nergens licht. Eindelijk ziet iemand me en doet de deur open zodat ik binnen kan. Het enige wat ik met mijn gebrekkige Spaans kan begrijpen uit zijn lichaamshouding is "wat moet je?"

"Euh, ik heb reservado".

Loop maar even mee, deur door, licht wordt aangeknipt en daar is dan de receptie. De verder bijzonder vriendelijke man weet het leed wat te verzachten door uit een andere kamer een tweede (!) verrijdbare radiator te toveren en die volle kracht aan te zetten. "Deze werkt net iets beter". Hoewel de radiators hun uiterste best doen, hou ik de eerste paar uren nog maar even mijn thermokleding aan in bed.

Het schiet niet op

De volgende ochtend is de kamer opgewarmd tot menselijke temperaturen. Mijn lijf is goed geïsoleerd, mijn tenen zijn sowieso koud en mijn handen hebben elektrische hulp van de motor. We kunnen weer verder.

Voorlopig ben ik met dit superding nog steeds beneden peil aan het rijden. Ik kan zelfs met geen mogelijkheid de toegestane snelheid halen, wat betekent dat mijn eindtijd ook alleen maar de verkeerde kant op schuift. Daar heb ik gister niet dat laatste stuk voor gereden. Anderhalf tot twee uur verder en maar bizar weinig kilometers opgeschoten. Ik moet toch tanken, dan kan ik meteen de Tomtom instellen op 'snelste weg'. En hopen dat het dan redelijk snel afgelopen is.

Maar het wordt nog mooier. Eenmaal bij de pomp aangekomen, gebeurt er niks. Helm af, er komt al iemand aangelopen. "Man, we zijn aan het bijvullen, dan kun je niet tanken. Duurt ongeveer een kwartiertje. Maar anders kun je wel doorrijden naar de volgende pomp, dat is ook een optie". Ja maar waar is die pomp dan?

Ommekeer

Wonderlijk genoeg blijkt deze tankstop net als die in Portugal een keerpunt; direct na het vervolgen van de route worden de wegen breder, rechter en vooral sneller. Voor ik aan het eindeloze werk begin, eerst nog even genieten van datgene waar de SX het beste in is. Dit zijn de wegen waar de motor in z’n element is, sturen en snelheid gecombineerd en dan die altijd aanwezige onverzettelijke stabiliteit, hier wordt hij blij van. Nog enkele tientallen kilometers gaat het zo door, totdat de borden nog meer positief nieuws geven: 'Francia' en 'San Sebastian'.

Uiteindelijk rij ik de snelweg op en zet koers naar Frankrijk. Twee landen gehad, twee te gaan. Als ik na de redelijk drukke grensovergang en de afslagen daarna in rustiger vaarwater kom, geeft Tomtom aan dat de volgende instructie pas over 430 kilometer komt.
Zoals verwacht verloopt de reis bijzonder voorspoedig. Je kunt zeggen van de Franse wegen wat je wilt, maar als je op wilt schieten is er nauwelijks een betere optie. Behalve dan de tolpoortjes. Ik ben inmiddels Futuroscope ook al gepasseerd.

En toch nog zin om een selfie te nemen.

Supercharged gas geven

Als ik de afslag neem zie ik dat ik opnieuw een goede keus gemaakt heb, de hele stad is gehuld in een witte deken, de wegen eveneens. Ik vind het prima, ik doe lekker rustig aan. Als ik de motor netjes onder een afdakje en in zicht van de bewakingscamera (danku, vriendelijke receptiedame) heb geparkeerd en mezelf in de kamer heb geïnstalleerd is het ook weer na negenen, dus eigenlijk is het wel goed. Na de verkwikkende nachtrust, check ik nog even de Tomtom en sluit dan af. Eenmaal buiten beweeg ik me stapvoets van de besneeuwde parkeerplaats richting de weg. Even opnieuw wennen aan de kou, maar dat gaat snel. Aan het eind van de middag ben ik thuis.

Opnieuw verbaas ik me over het gemak waarmee 'rustig rijden' toch weer 170, 180 of meer blijkt te zijn.



Het weer kan haast niet beter. Vrieskou en heldere hemel betekent geen verrassingen. De wegen zijn schoon, droog en leeg. Misschien is het dankzij het weer dat het zo rustig is, maar dan nog zou ik op een andere motor niet zo relaxed kunnen doen wat ik doe. De cruisecontrol gaat niet hoger dan 200, blijkbaar. Ook weer zoiets waar je anders niet achter komt. Toch gebruik ik die cruisecontrol niet eens zo veel. In de auto is het mijn grootste vriend, op de motor is het handig bij een trajectcontrole, maar verder heb ik liever de regie zelf in handen. Opnieuw verbaas ik me over het gemak waarmee 'rustig rijden' toch weer 170, 180 of meer blijkt te zijn.

Wat dan wel weer bijzonder is, is Rouen. Blijkbaar leidt de snelste route dwars door de stad. Weer zo’n typisch Franse eigenaardigheid, maar goed, het breekt even de dag.

Daarna is het opnieuw gas geven op supercharged tempo. De plaatsnamen worden steeds bekender, Lille staat er al, ik zie zelfs even Calais. Bij Rijsel verdrievoudigt de hoeveelheid vrachtverkeer en het duurt niet langer voordat het nog gezelliger wordt. Als ik de grens met België passeer, wordt het alleen maar nog drukker. Ik ben duidelijk steeds dichter bij huis, het wordt weer ‘normaal’.

Opvallend hoe snel je dat niet meer gewend bent, na drie dagen nagenoeg uitgestorven wegen.


Daarna werd het alleen maar beter.

Hoe goed is ie?

Ik wil weer terug, als ik eerlijk ben. Maar goed, het is een gewone doordeweekse dag met bijbehorend verkeer en dit is het Belgische wegennet, dus je kunt het verwachten. Hoe dichter bij Antwerpen, hoe drukker het wordt totdat ik de standaardfile bij de Kennedytunnel bereik. Stapvoets tussen de file door, dat is alweer even geleden.

Nog eens veertig minuten later parkeer ik de motor in de tuin. Ik ben thuis. Het is zelfs nog licht, dus ik ben ruim op tijd. En met een totaalscore van 2757,9 kilometers zit de trip er op. Klaar. Drie dagen onderweg, maar verhalen voor tien. Gooi daarbij nog de kilometers die we tijdens perstest in Portugal reden en we hebben ruim 3.000 km in het zadel van de snelle Kawa doorgebracht.

En dus ik heb eindelijk antwoord op de vraag: hoe goed is die motor nou eigenlijk? Het enige echte antwoord is: het kost wat, maar dan heb je ook écht wat. Wat een waanzinnig goed ding is dit, voor een reis als dit. Ik zie hier ook ‘s zomers mensen mee de Alpen trotseren, alleen of met z’n tweeën. Makkelijk zat, lachend met een tempo ongekend voor een toermotor, tot nu toe. De Stelvio? Misschien niet dé ideale omgeving voor het ding, maar nog prima te doen. En alle wegen eromheen worden alleen maar leuker. Die marketingkreet is zo gek nog niet.

Ik wil terug.

Reageren

Registreer of log in om te reageren...