door Thierry Sarasyn 25 september 2017

Opkomst van de V4 lijkt niet meer te stuiten: de start van een heus V4 tijdperk?

Al van bij de ontwikkeling van zijn eerste viertaktmotor in 1951, stelde Soichiro Honda dat de V4-configuratie de beste optie was voor een sportmotor. 66 jaar later, lijkt de wereld eindelijk mee te gaan in die filosofie. Is dit het begin van een V4-tijdperk?

V4 voor de massa

Het kan niet anders of Soichiro Honda zou goedkeurend gekeken hebben naar de lancering van de RC213V-S in 2015. Maar ondanks het feit dat Honda altijd een voortrekkersrol gespeeld heeft in het gebruik van de V4 motoren, is er na de VF1000R in 1984 geen enkele massaproductiemotor meer geweest die het V4-zaad verder kon zaaien. Honda’s exclusieve RC30 en RC45 mogen dan wel uitgegroeid zijn tot iconen, het waren geen motoren voor de grote massa zoals de Fireblade dat was en is. Ook de RC213V-S is te exclusief om dat predicaat te verdienen.
Honda heeft wel heel wat andere productiemotoren met het concept uitgerust (VFR750, 800, 1200, Crosstourer en zelfs Pan European), maar een pure sportmotor voor de massa…dat is er (nog) niet. De overige Japanse fabrikanten lijken zich voorlopig op de achtergrond te houden.
Andere Europese fabrikanten zien ondertussen wel heil in de productie van de V4.

De iconische VF1000R was Honda's enige V4 sportmotor voor de massa.

Aprilia neemt het voortouw

Aprilia heeft een kopstart genomen met de productie van een V4 voor een breed publiek. En de motor slaat aan. In de MotorNieuws vergelijkingstest met 9 hypersports, kwam de RSV4F zelfs als beste naar voor. Aprilia gebruikt een 66° V4 met 999 cc cilinderinhoud en 201 pk. Misschien wel de ideale configuratie.

De winnaar van de MotorNieuws hypersport vgl-test.

Norton hoopvol

Norton denk daar anders over. Voor de V4 RR gebruiken ze een 1200 cc blok met een 72° hoek. Norton beweert wel dat hun blok net zo compact is als een 1000 cc. Keerzijde van de medaille: de RR-versie kost nog steeds meer dan 30.000 euro en het lijkt er op dat Noron voorlopig niet de hoge productieaantallen zal bereiken die Aprilia wel haalt. Desondanks is het de bedoeling van Norton om elk jaar 500 tot 1000 V4 sportmotoren te bouwen.

Deze SS-versie is al uitverkocht.

Ducati met argusogen

Die productieaantallen zullen er ook zijn voor één van de meest besproken motoren van het moment. De Ducati V4 houdt qua cilinderinhoud het midden tussen de Brit en de Aprilia. Met 1103 cc is de Panigale V4 bijzonder sterk. In Borgo Panigale claimt men 207 pk voor een motor die slechts 2,2 kg zwaarder is dan de Panigale twin. Ducati blijft bij hun gekende 90° configuratie (waardoor het eigenlijk een L4 is), maar ze kantelen het blok wel 42° in het frame.

Naar de komst van deze wordt reikhalzend uitgekeken.

Eindelijk V4-time?

Het grote voordeel van de V4 is de smalle bouw in vergelijking met een vier-in-lijn. Nadelen zoals de minder goede koeling voor de achterste cilinders, worden door de moderne technologie zo goed als weggeveegd. Het zou dus wel eens kunnen dat we aan het begin staan van een heus V4 tijdperk. Wie kan daar iets op tegen hebben?

Reageren

Registreer of log in om te reageren...