Jeroen Ramon: Enige Belg in Dakar rally doet het op een wel heel speciale manier

door Thierry Sarasyn 27 december 2017

Op 6 januari gaat in Lima de Dakar rally van start. Het blijft een beetje zoals stellen dat de Ronde van Frankrijk verreden wordt in Madagascar. Maar laat dat vooral de aandacht niet afleiden dat er een Belg aan de start staat die op vele vlakken opmerkelijk mag genoemd worden.

In 2005 reden ze nog echt naar Dakar

12 jaar later

Jeroen Dakar rijdt in januari zijn negende Dakar rally. Dat is straf, maar op zich niet uitzonderlijk. Wat de deelname van de Westvlaamse doorbijter zo speciaal maakt, is dat hij dat doet 12 jaar na zijn vorige deelname. En om het helemaal bijzonder te maken, gaat Ramon van start met de Yamaha WR250F waarmee hij in 2004, 2005 en 2006 al deelnam. Hij werd evenveel keer winnaar in de klasse tot 250 cc.

MotorNieuws: 12 jaar na je vorige deelname nog eens de zwaarste rally ter wereld rijden. Wat bezielt je?
Jeroen Ramon: (lacht) Wel, eerlijk gezegd, het ligt aan mijn dochter. Ik zeg al jaren dat ik nog eens een Dakar wil rijden en zij zei me dat ik het gewoon nog eens moest doen. Zo eenvoudig was het eigenlijk.

MotorNieuws: Als je het zo stelt, moeten we met zijn allen wel eens vaker een avontuur aangaan. Maar er moet toch wel meer dan dat komen bij kijken?
Ramon: Absoluut. Dit is geen goedkope of eenvoudige onderneming. Maar ik heb genoeg ervaring om te weten waarin ik begin. En ik heb altijd met duursporten zoals triatlon mijn conditie op peil gehouden. Fysiek moet dat dus lukken. En financieel heb ik het ook rond gekregen.

Ramon won drie keer het 250 cc klassement

Op eigen houtje

MotorNieuws: Paar goede sponsors gevonden?
Ramon: Neen, eigenlijk niet. Kijk, ik heb in mijn leven een beetje geld opzij kunnen zetten en ik heb zelfs een paar leuke auto’s. Ik vind dat als ik dat allemaal heb, dat ik mensen of bedrijven niet om geld kan vragen. Er komen dan ook weer verplichtingen bij kijken en ik wil dit gewoon doen voor mezelf.

MotorNieuws: Nobele ingesteldheid. Maar wat kost zo’n Dakar dan?
Ramon: Dat hangt voor een groot deel van jezelf af. Ik had even rondgekeken en ik had nog één plaatsje in een team gevonden waar ik voor de gunstprijs van 60.000 euro in mee kon. Ik vond dat veel geld. Ik heb de zaken wat anders aangepakt, zelf één en ander geregeld en ik mag stellen dat ik voor 20.000 euro zal deelnemen.

Mooi om aan je muur te hebben.

Met de motor van toen

MotorNieuws: Plus de prijs van de motor…
Ramon: Neen, dat zit er in vervat. Ik heb gekozen om met de Yamaha WR250F te rijden waarmee ik ook in de vorige Dakars reed. We hebben er een ander blok in geplaatst, maar voor de rest is de motor gewoon hetzelfde gebleven. Het werkte om mee tot in Dakar te rijden, het zal daar in Zuid-Amerika ook wel werken. Ik ken de WR op mijn duimpje. En met die 250 spelen we het hoe dan ook op uithouding en niet op pure kracht. Ik doe het zonder forceren. Net zoals ik altijd gedaan heb. En ik heb nog nooit een probleem gekend. Ik herinner me dat er in de periode 2004-2006 nog deelnemers kwamen met een kwartliter. En die gingen heel hard in het begin. Maar het bleef niet duren. Je moet respect hebben voor de mechaniek. En dan kom je een heel eind.

MotorNieuws: Een 250 staat in schril contrast met de zware fabrieksmotor waarmee je in je beginjaren aantrad. Hoe anders is dat.
Ramon: In het begin ging het om pure kracht. Heel veel cc’s. Waanzinnige topsnelheden. Man, man… het was soms gekkenwerk. Met de kwartliter gaat het om slim rijden. Volhouden. En zoals altijd: aankomen. Maar dat zijn eigenlijk ook wel de technieken die je op een zwaardere motor moet toepassen.

Wie kent alle grote namen?

Mooi initiatief

MotorNieuws: Wanneer zul je tevreden kunnen terugkijken op de race? Winst in je klasse?
Ramon: De kwartliterklasse bestaat niet meer. Omdat alles beperkt is tot 450 cc is er ook maar één klassement. En tegen de fabrieksteams opboksen kan en wil ik niet. Ik wil gewoon de rally uitrijden. Meemaken hoe het daar in Zuid-Amerika is. En vrij blijven van kwetsuren. Het wordt voor mij iets draaglijker omdat Motul een initiatief op poten gezet heeft voor privé rijders. Ik mag slapen in een grote tent met de andere privé-rijders en monteurs van Motul doen het noodzakelijke minimum onderhoud zoals olie verversen, luchtfilters vervangen, ketting onderhouden, enzovoort. Dat scheelt echt een slok op de borrel. Kunnen aankomen en rusten. Een luxe die ik voordien nooit had. Ik heb er dus goede hoop in dat alles in orde komt. Ik stuur geregeld wel wat foto’s en nieuws door van onderweg voor je lezers. Daar heb ik nu misschien wel wat tijd voor (lacht).

Foto's: Thierry Sarasyn, archief Jeroen Ramon

Ook in Zuid Amerika wachten hoge duinen.

Reageren

Registreer of log in om te reageren...